LCC en externe kosten (art. 82, 2°van de wetgeving van 17 juni 2016)

Een bijzondere vorm van levenscycluskosten wordt behandeld in de 2e paragraaf van art. 82 van de wet op de overheidsopdrachten. Voorbeelden hiervan zijn broeikasemissies of vervuiling. Het gaat hier om externe kosten waarvoor de maatschappij in zijn geheel voor opdraait.

Aan het gebruik van een externe kostenbenadering in overheidsopdrachten zijn wel enkele voorwaarden gekoppeld: enerzijds moeten de kosten verband houden met het voorwerp van de opdracht, anderzijds is het belangrijk dat de monetaire of geldwaarde op een objectieve wijze kan gemeten en beoordeeld worden. Daarom worden deze (berekenbare) kosten in de praktijk vaak gerelateerd aan verbruikskosten (water, energie enz.).Het berekenen van levenscycluskosten hangt enerzijds af van de methodiek, en anderzijds van de input van betrouwbare data die verifieerbaar en controleerbaar is. Bovendien, om dit te kunnen meenemen als beoordelingscriterium in een overheidsopdracht, moet de monetaire waarde ervan kunnen bepaald worden. Voor een aantal productgroepen (verlichting, ICT-producten, vending machines etc.) heeft de Europese Commissie daarom modellen uitgewerkt die het opnemen van levenscycluskosten in overheidsopdrachten mogelijk maken.

In 2011, in het kader van de uitvoering van het actieplan duurzame overheidsopdrachten 2009-2011, voerde de POD Duurzame Ontwikkeling een studie uit naar de mogelijkheden en hindernissen voor de toepassing van de levenscycluskost in duurzame overheidsopdrachten.   De bevindingen van deze studie vindt u terug op de volgende pagina.

Ter info:

  Art. 82. § 1. Levenscycluskosten hebben, voor zover relevant, betrekking op alle of een deel van de volgende kosten gedurende de levenscyclus van een product, dienst of werk:

  1° kosten gedragen door de aanbestedende overheid of andere gebruikers, zoals:
       a) kosten in verband met de verwerving;
       b) gebruikskosten, zoals kosten voor verbruik van energie en andere hulpbronnen;
       c) onderhoudskosten;
      d) kosten volgend uit het einde van de levenscyclus, zoals inzamelings- en recyclingkosten.

  2° kosten toegeschreven aan externe milieueffecten, die verband houden met het product, de dienst of de werken gedurende de levenscyclus, mits de geldwaarde ervan kan worden bepaald en gecontroleerd. Dergelijke kosten kunnen de kosten van broeikasgasemissies en andere verontreinigende emissies en de kosten ter bestrijding van klimaatverandering omvatten.